4 november 2007

Dictatuur van het geluk

N.a.v. Psalm 19

Een pleidooi voor de hemel – dat las ik ruim een week geleden in Trouw. Het was een artikel van Frits de Lange, hoogleraar ethiek in Kampen. Hij verzet zich in dat artikel tegen de dictatuur van het geluk; of, om het preciezer te zeggen: tegen de dwang om perse gelukkig te moeten worden. Want DAT is wat ons wordt voorgehouden: je moet hier en nu zoveel mogelijk genieten; dan word je gelukkig.

Dat genieten omvat vooral de lichamelijke genietingen: een stuk chocola op de tong, een lekker toetje, allerlei fantastische gerechten ons voorgetoverd in oneindig veel kookshows; Maar ook andere genietingen vallen daaronder: je huis ombouwen, je tuin omspitten en opnieuw vormgeven, de reis van je leven maken naar China of naar de Galapagos-eilanden of naar de Malediven. Het zwitserlevengevoel, zeg maar.

Wat er ook nog bij hoort is de perfect-body-ideologie: anti-rimpel-crème, anti-cellulitis-behandeling, borstvergroting, face-lift, noem maar op. Allerlei afslankkuren en –diëten horen daar ook bij. Of u het zelf doet of niet, daar gaat het nu niet om. Maar het is alom en voortdurend aanwezig in de media, dat schoon-heidsideaal. Want dan ben je pas gelukkig. Dat beeld, die levensvisie wordt ons meer en meer opgedrongen.

Je bent wel achter, als je er niet aan meedoet. Je laat wel veel mooie kansen liggen, als je op dat aanbod niet ingaat. Je neemt jezelf niet serieus, als je niet kiest voor dat direct bereikbare, zichtbare en tastbare geluk – zo wordt ons duidelijk gemaakt.

Toch is dit allemaal betrekkelijk klein geluk; er bestaat ook dieper of groter geluk, zoals we weten. Dat is gelukkig zijn met je bestaan; niet alleen met je lijf, je portemonnee of je buik, maar gelukkig zijn met je mens-zijn. En dat is heel iets anders. Want sommige mensen zijn doodongelukkig, terwijl ze alles hebben, inclusief een goed lijf en een goede gezondheid. Dat vertelde gisteren Marcella Mesker (tennisster) voor de radio nog van bv. Jennifer Capriati – die niet weet wat ze doen moet met haar leven. Altijd maar paardrijden of op de rand van je zwembad liggen blijkt het uiteindelijk óók niet te zijn…. Ze heeft alles, maar is diep ongelukkig.

En het omgekeerde is óók waar: er zijn mensen die veel ontberen, die in erbarmelijke omstandigheden wonen en leven en die er misschien niet uitzien, maar die kunnen dansen en zingen en gelukkig zijn – omdat hun leven een doel heeft, een zin. Want ze léven ergens voor! Ze leven voor mensen, voor hun kinderen, voor hun ouders, voor hun gezin, voor hun vrienden, voor gehandicapten, voor een ideaal. Ze geven zelf een zinvolle invulling aan hun bestaan – en dàt maakt hen gelukkig.

Ze gaan niet ongelukkig zitten wezen in hun materiële tekorten, maar worden rijk door hun sociale rijkdom. Aan geluk zit altijd ook een persóónlijke kant. Als je het gevoel hebt: “Het is goed dat ik leef en wel hierom: … “, ja, dan aanvaard je jezelf zoals je bent en dan heb je kennelijk ook een doel in je leven. Je leven heeft zin, en dan heb je er ook zin in. Dan is er een gevoel van welbevinden.


Vaak is het zo dat je dat geluk ervaart door het juist niet te zoeken; want het bestaat niet in Reinkultur. Je vindt het als je het juist niet zoekt; als je je bv. inzet voor andere mensen. Dat geluksgevoel verschijnt zomaar wanneer je zelf ervaart dat je leven zin heeft. Je zou het ook zo kunnen zeggen: geluk overkomt je, terwijl je bezig bent met iets anders. Het geluk zelf als hoogste doel nastreven, maakt juist ongelukkig.

Daarom worden mensen met ‘mislukte’ levens zo vreselijk gekwetst door die reclames voor de ‘pursuit of happiness’. Want volgens de dictatuur van het geluk ben je dan dus als mens ook mislukt; er is geen genade voor jou, geen troostprijs. Je hebt a.h.w. voor niets geleefd, want je hebt dat geluk niet bereikt.

Een mens die praat over haar of zijn successen is saai vergeleken bij iemand die vertelt hoe zij of hij er, ondanks alle tegenslagen en mislukkingen, er tòch nog iets zinvols van heeft weten te maken. Want ongeluk en tegenslag maken wezenlijk deel uit van ons menselijk bestaan. Heeft niet elk leven een tekort? Ook als je welvarend bent? Er is sowieso toch veel wat onvervuld blijft? Er blijft ook altijd een stuk leven wat je niét geleefd hebt.

Frits de Lange zegt: in de ethiek kunnen we de hemel niet missen. Het is de uitdrukking van ons oneindig en onvervuld menselijk verlangen. Hij zegt zelfs: “Het eeuwig leven geeft aan het bestaan zó’n grootse horizon mee, dat het aardse leven dan wel een stootje verdragen kan. Het hoogste geluk hoeft immers ook niet meteen en helemaal; het verdraagt uitstel”.

Juist het verlangen naar de hemel houdt in ons het besef levend dat we hier beneden niet alles zullen kunnen bereiken; dat ons bestaan niet volmaakt zal zijn; dat het hoogste geluk voor niemand hier is weggelegd. Het geloof in de hemel, zegt de Lange, kan ons genezen van die obsessie met geluk. Het kan ons helpen niet bitter te worden. Het helpt ons te beseffen dat wat wij ten diepste verlangen nog weer zoveel gróter is dan al die kleine menselijke dingen. Wat we ten diepste eigenlijk willen, overtreft onze eigen fantasie en onze stoutste verwachtingen. Hemels geluk is meer dan wij ooit wensen kunnen.

Wat is dan nog de betekenis van fun, van genot, van het zwitser-levengevoel, uiteindelijk? Toch ook maar heel beperkt en zeker niet zaligmakend.
De hemel stelt ons in zekere zin ook gerust; de hemel verzoent ons met ons menselijk tekort: hier en nu zijn wij nu een keer geen volmaakte mensen en we zullen het ook niet worden, ook al streven we ernaar.

Niemand heeft vergeefs geleefd, zegt de Lange. Ook al was je leven eenzaam, arm, akelig, wreed en kort: je zult worden vertroost, zoals Lazarus in Abrahams schoot.

De hemel bevrijdt ons van de kramp om hier en nu gelukkig te moeten zijn; om hier en nu aan dat ideaalbeeld van geluk te moeten beantwoorden. Waarom zouden we? is werken aan ge-rechtigheid niet meer dan het zoeken van je eigen geluk?

En tenslotte vertelt de hemel ons, dat geluk uiteindelijk niet maakbaar is; we laten ons niet meer misleiden door deze geluksprofeten. We weten wel beter. Zo wordt de hemel weer een tegengif tegen fanatici, die Gods koninkrijk vandaag nog hier willen stichten; want hier beneden is het niet te vinden. Daarom bidden we altijd weer: uw Koninkrijk kome – toch?

Geen opmerkingen: