13 december 2007

Een vreemd kerstverhaal









Weer zie ik het voor me: die prachtige, in klassieke stijl gebouwde aula in Roemenië, in pasteltinten geschilderd. Eenvoudige, eikenhouten banken. Vooraan een doophek; een tafel op het podium. En tegen de muur, in het midden, alles overheersend: de kansel. Groot genoeg om met 4 mensen in te kamperen. Een eindje boven die kansel een soort witte Jakobsschelp, die de pelgrims naar Santiago bij zich dragen. In rk kerken wordt er ook vaak mee gedoopt. En dan, vlak onder die schelp, een zwarte marmeren rand met wat gouden letters. Verbum caro factum est – het woord is vlees geworden. Vlees? Een woord? Het woord? Is dit geheimtaal? Ja en nee. Dit is het Kerstevangelie.

Het gaat over de geboorte van Jezus en staat in Johannes 1:14, kijk maar na. Lucas vertelt over de herders, de stal, de engelen. Mattheüs vertelt over de dromen van Jozef, de vlucht naar Egypte, de kindermoord, de wijzen uit het Oosten. En Johannes? Die schrijft pas zo’n 100 jaar na Jezus’ geboorte. Hij schijnt hem wel zelf nog gekend te hebben. En hij is diep, diep onder de indruk. Want pas drieëndertig jaar was Jezus, toen Hij stierf. Of dertig, misschien. Heel jong. In die paar jaar van zijn rondzwerven door een bezet land heeft Hij een onuitwisbaar spoor achtergelaten; een spoor van mensen die weer licht zijn gaan zien, die weer op adem kwamen, die vrijheid ervoeren, liefde ondervonden, uit schuld werden bevrijd, en aan wie rècht werd gedaan, méér dan het gewone.

Johannes heeft er geen woorden voor. Zoiets? Dat is als een stukje hemel op aarde. Alsof er ineens licht opduikt in het duister. Alsof God zèlf in ons midden is gekomen. We kenden Hem van zijn Woord; niet naar zijn gedaante. ‘Toen sprak de HEER tot u vanuit het vuur. U hoorde een stem spreken, maar een gedaante zag u niet; er was alleen die stem’, bij de Sinai (Dt. 4,12). Maar nu, zegt Johannes, nu lijkt het wel alsof die bevrijdende, vredestichtende woorden van God in die mens van Nazareth vlees en bloed zijn geworden. Vlees en bloed. Een mens; een kwetsbaar mensenkind. Vlees van ons vlees. Rare taal misschien, maar het betekent zoveel als: één van ons. En eigenlijk meer lijkend op God, dan op ons mensen. Een mens van licht, de toekomstmens, mens als bedoeld. Gods Woord is mens geworden! Johannes schreeuwt het uit. Het Woord is vlees geworden. En in het Latijn heet het dan: Verbum caro factum est.

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Gostei muito desse post e seu blog é muito interessante, vou passar por aqui sempre =) Depois dá uma passada lá no meu site, que é sobre o CresceNet, espero que goste. O endereço dele é http://www.provedorcrescenet.com . Um abraço.

Anoniem zei

Gostei muito desse post e seu blog é muito interessante, vou passar por aqui sempre =) Depois dá uma passada lá no meu site, que é sobre o CresceNet, espero que goste. O endereço dele é http://www.provedorcrescenet.com . Um abraço.