Oudejaarsoverdenking
Zonder het licht zouden wij niet bestaan; zonder het licht zou er geen tijd zijn, want tijd en licht zijn één. Tijd op zich bestaat niet; tijd is maar heel betrekkelijk. Morgen is er nog niet en bestaat nog niet; gisteren is voorbij en ongrijpbaar geworden. Alleen dat wij hier en nu op deze plek samenzijn, alleen dàt bestaat. Vreemd eigenlijk. Want we maken maar plannen en we koesteren het verleden. Of we zijn ervoor op de vlucht, of vrezen voor de dag van morgen. Terwijl alleen dit moment er is, dat gelijk weer voorbij is. Vroeger zeiden ze wel eens: uren dagen, maanden, jaren / vliegen als een schaduw heen. De tijd vliegt voorbij.
Dat is een romantische voorstelling van zaken, waarbij tijd en geschiedenis helemaal om òns bestaan draaien. Dat is ook niet bijbels. We lazen met elkaar Psalm 90. Die geeft een heel ander beeld van ons als mensen en van de tijd: de tijd is niks, en wij zijn als stof, als opschietend gras dat in de middag verdort. Wij vliegen heen, zegt de psalm. Niet de tijd vliegt heen, maar WIJ vliegen heen! Heel realistisch, denk ik dan. We ervaren het aan den lijve, als we een geliefde verliezen.
Ervaringen die pijn doen. Gevoelens en emoties, die we met ons mee blijven dragen. Niet het verleden dragen we dan mee, maar de gevoelens van verdriet en gemis.
De dagen hebben een andere kleur gekregen. Zijn donkerder geworden. De Bijbel spreekt ook van dagen, van levensdagen. Als u Psalm 90 nog eens doorleest, dan valt ineens op, hoe vaak er over dagen wordt gesproken! Duizend jaren zijn als één dag, voor God. Wij zijn mensen van de dag: een morgen en een avond, meer niet. Zeventig jaar duren onze dagen, of tachtig, als we sterk zijn – en wij vliegen heen. Leer ons daarom zó onze dagen tellen, dat we een wijs hart bekomen – wéér die dagen! Dàt is bijbelse tijdrekening: we tellen in dagen. Dagen van duisternis en dagen van licht.
In het donker kun je je best veilig voelen en op je gemak, maar het kan ook angstaanjagend zijn. We ervaren soms het duister aan den lijve. In oorlogsgebieden, zoals mensen in de Gaza-strook of in Congo of in Afghanistan. We ervaren soms het duister wanneer de golven van het leven over je heenslaan, rampspoed na rampspoed. We ervaren het duister van ziekte en dood. Of we ervaren het duister wanneer je door de mensen om je heen wordt afgewezen, uitgestoten, belaagd en weggejaagd - zoals dat met scholieren onder elkaar kan gebeuren, of op de werkvloer.
Maar ook is het duister voor hen die lijden aan diepe depressies; en voor wie grijpen naar drank en drugs. Voor wie geen uitzicht meer hebben, geen toekomst. Voor wie in armoede worden neergedrukt, of wie lijdt aan verschrikkelijke honger: dat je je kind niet meer kunt voeden omdat je moederborst is uitgedroogd. Of we ervaren het duister als we te horen hebben gekregen dat we nog maar kort te leven hebben. De nacht is vol, de dag is ver....
Wij hebben net de geboorte van Jezus gevierd, de kerstman van Bethlehem. We hebben genoten van het pràchtige kerstspel van kinderen en jongeren! Hij is opgegroeid in Nazareth, en heeft door het land gezworven. In die paar jaar heeft Jezus een onuitwisbaar spoor achtergelaten. Een spoor van mensen die weer licht zijn gaan zien, die weer op adem kwamen, die vrijheid ervoeren, liefde ondervonden, uit schuld werden bevrijd, en aan wie recht werd gedaan, méér dan het gewone.
Johannes heeft toen onderkend dat in dit mensenkind en kind van God dat éne scheppingswoord tot leven is gekomen: ’Licht!' Een baken in de tijd, een vuurtoren, niet te doven. Een licht dat langs de horizon van ons leven strijkt, en de kim verlicht. ‘Wij hebben zelf zijn licht gezien; het weegt op ons, het draagt ons, doorschijnt ons' - zegt Johannes. Dit licht en deze liefde hebben alle eeuwen door mensen verlicht: altijd weer zijn mensen in dat voetspoor gegaan! Zoals in deze dagen tienduizenden jonge mensen van over de hele wereld in Brussel bijeenkomen voor een pelgrimage van vertrouwen (Taizé).
Dit licht heeft ook een spoor getrokken in Velp, door de eeuwen heen; een spoor van liefde, van bijzondere mensen. Onaanzienlijk in de wereld, maar gróót in liefde en in licht! Telkens ontdekken we dat weer, als we zo iemand verliezen door de dood. Dragers van het licht, die ons vooruit zijn gegaan. Diaken Heleen Oosterbroek vertelde me gisteren hoe bijzonder het was om de pakketten van onze actie Kersttas bij mensen te bezorgen. Eén woord, één blik van verstandhouding, één kleine aanraking – en je denkt: wat is dit toch bijzonder! Dat we dit mogen doen: een beetje licht uitstralen in het donker! Zijn licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niét in z’n macht gekregen!
Met dit licht mogen wij het doen, in onze eigen donkere wereld. Er is geen God die alles opknapt, als wij het erbij laten zitten. Geen almachtige God die ingrijpt als wij Hem bestellen. Alleen deze God, die zich laat vinden in mensen van vlees en bloed, kwetsbaar, miezerig soms, - maar dankzij Hem zijn deze mensen vol van liefde, genade en waarheid. De woorden der Wet zijn door Mozes gegeven; maar vriendschap, genade en trouw-zonder-meer zijn geworden door Jezus Messias, zegt Huub Oosterhuis.
Hij is voor ons geworden tot een lamp voor onze voet en een licht op ons pad naar wat menselijk is, wat humaan is, wat leven en toekomst belooft. In zijn voetspoor willen wij gaan, ook in het nieuwe jaar.....
1 januari 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten