20 september 2009

De boze tuinman

-
Er was iemand bij de plantsoenendienst, die heel vaak de overkomende vliegtuigen stond te tellen. We noemden hem Gerretie. Dan stond hij te leunen op z’n schoffel en keek de vliegtuigen na van horizon tot horizon. Misschien was er bij hem een steekje los. We sarden hem, we daagden hem uit. En dan kwam hij achter je aan – het mooiste wat er is! Dat deden we ook een keer in de Kerkstraat. Alleen kan je daar maar weinig kanten op. De garage van van Herk kon je eventueel in, bij de Caltex-benzinepomp; maar ja, dat liep toch echt dood! In het rijtje diakoniehuisjes (zie links op de foto) was een poortje. Daar vluchtten we doorheen. Toen kwamen we op de binnenplaats, een soort hofje. Koster Eim de Ruiter woonde daar, geloof ik. Gerretie stormde achter ons aan; we zochten en zochten naar een uitgang – maar die was er niet. “Kom op, de schutting over!” riep Wim Buitenhuis. En als katten vlogen we tegen de betonnen schutting omhoog. Aan de andere kant kwamen we terecht in het laantje achter de Nieuwstraat, achter het huis van politieagent Roeleveld. We hoorden de klomp van Gerretie met een daverende klap krakend tegen de schutting versplinteren. Maar wij waren vrij!
-

Geen opmerkingen: