22 september 2009

Een garage met spin-off

-
Omdat we aan het begin van de straat woonden op nr. 1 op een doodlopend stukje, hadden we een hele grote tuin om het huis. Mijn vader had steeds allerlei auto’s en bedacht een keer dat hij een garage nodig had. Maar ja, die bouw je niet zomaar. En hoe kom je aan een goed ontwerp? Als sjacheraar wist hij overal een antwoord op. In die 50-er jaren kwamen overal zogeheten TBC-huisjes te koop. Dat waren kleine hokjes, kamertjes, op een onderstel dat ronddraaien kon. Zo kon het huisje met TBC-patiënt en al altijd naar de zon toe worden gedraaid. Al puzzelend kwam hij tot de slotsom dat hij drie van die huisjes nodig had.

Op een dag kwam er een vrachtwagen voorrijden met de delen van die huisjes. Met wat stukken beton en stoeptegels werd op de dragende plekken een soort fundering gemaakt. De draaistellen gingen eronder uit. De constructie was dat hij twee huisjes met de hogere voorkant tegen elkaar aanzette. Dat werd het midden van de garage. Er zaten ook ramen in van toen het nog TBC-hokjes waren. In de achterwand waar de auto doorheen moest, maakte hij garagedeuren (van de voorkanten die hij niet nodig had). Want waar de huisjes met de voorkant tegen elkaar aan stonden, was het midden van de garage; die wanden hield hij dus over voor de garagedeuren. Hij zette de Chevrolet erin – dat ging net. Maar dan kon je er niet meer uitstappen, bleek. De deur kon niet open. Dus zaagde hij precies op de plek waar de zijdeur van de auto was, nog een deur in de garage; deur? Nou ja, een gat, een deuropening. Als je de auto niet goed in de garage reed, kon het autoportier nog steeds niet open en moest je het overdoen: iets verder van de kant af, iets naar voren, iets terug...
Het derde huisje zaagde hij middendoor; de twee helften monteerde hij vervolgens tegen de zijkant van de garage. Dan was de zijkant met die deuropening afgeschermd, en hadden we gelijk een extra schuurtje. Je ging dus dat zijgedeelte in, dan links door de opening kon je deur van de auto openen en – na de garagedeuren geopend te hebben – eruit rijden. Een goeie vondst, met een prachtige spin-off, want het mooiste komt nog! Die draaistellen! Wat deed pa daarmee?
Hieronder staan we voor de nieuwe garage: links Willem Jan en Lies in rode manchester pakkies met grijze boorden. Lies ook met een geelbruin geblokte sjaal. Ik heb een bruine jas aan met koperen knopen; Ineke heeft een grijze jas. Op de achtergrond links zie je Rehoboth.
Twee onderstellen zette hij tegen de zijkant van de garage; die gingen later naar de ijzerhandel. Links op de foto zie je de houten delen van het ronde onderstel nog staan. Maar het derde legde hij neer in de tuin en maakte daarop voor ons en voor de hele buurt een draaimolen! Met een balk aan de zijkant en een handvat, waarmee je hem op snelheid kon brengen, zodat de kleine buurtkinderen kokhalzend eraf kieperden (ook spin-off). Als ‘ie eenmaal op snelheid was, ging hij met donderend geraas in de rondte. Daar waren die draaistellen niet speciaal voor gemaakt, maar het kòn wel! Net alsof de HSL langskomt, zo’n soort geluid. Of een goederentrein. Wie in het dorp had zo’n lekkere tuin met een enorme draaimolen? Juist! Alleen wij!
-

Geen opmerkingen: