Bij de afsluiting van het pionierspad, samen met allerlei tochtgenoten vanmiddag in Vollenhove, heb ik bijgaand versje voorgedragen.
Een pionier, een tochtgenoot
die geeft zich gaandeweg toch bloot.
Je kent me niet, we gaan op pad,
de bomen ruisen; zonlicht zat.
De polders door, over de brug;
uiteindelijk geen weg terug.
Eenmaal op pad, dan houd je vol;
ook al betaal je straks de tol.
Een tochtgenoot, een pionier
die drinkt ook graag een glaasje bier.
Je redt twee katjes van de dood;
Pio & Nier, nu: tochtgenoot.
Boele en Heleen, en Poppe ook,
wat denk je dat ik steeds weer rook?
Het nieuwe land, nog onbekend;
àls God daar woont, is ’t in een tent.
We zien het wel, de tocht gaat door;
we zien niet om; tóekomst gaat voor.
Heel erg bedankt; het is heel fijn
met ieder hier op weg te zijn!
-

Geen opmerkingen:
Een reactie posten