22 augustus 2010

Jesaja 59

-
Regelmatig een bewerking van Jesaja, vrij vertaald uit de Hebreeuwse grondtekst

Jesaja 59:1-4 en 9-17


Zie, de hand van de Heer
is niet te kort om te verlossen,
en zijn oor
is niet te traag om te horen,

maar jullie daden maken het verschil uit
tussen jullie en je God
jullie zonden zorgen ervoor
dat hij zijn aangezicht verbergt,
dat hij jullie niet hoort;

bloed kleeft er aan jullie handen,
jullie vingers staan naar de misdaad
jullie lippen spreken niets dan leugens,
jullie tong praat enkel onrecht;

geen aanklacht is terecht,
geen rechter is betrouwbaar
men verlaat zich op wilde geruchten,
op woorden van niks;
men gaat zwanger van onheil
en brengt zo de ondergang voort.

Dáárom is het recht verre van ons
en bereikt ons de gerechtigheid niet
wij hopen op licht, maar zie: alles is duister!
op helderheid, maar in donkerte gaan we.....

als blinden tasten we langs de wand,
als wie geen ogen hebben, zo tasten wij
we struikelen overdag, alsof het schemering is;
in de bloei van ons leven zijn wij als doden,

we brommen als beren, wij allen,
en koeren, ja koeren als duiven
hopend op recht, maar zo komt het niet,
op bevrijding, maar die blijft verre van ons.

Want talrijk, o Heer,
zijn onze overtredingen tegen u,
en onze zonden zijn tegen ons tot getuige
ja, onze overtredingen staan ons voor ogen,
ons wangedrag kennen we:

overtreden van Gods regels van recht;
doen alsof Hij niet bestaat,
weg gaan uit het rechte spoor,
àchter onze God vandaan
van onderdrukking is sprake,
van onbetrouwbaarheid,
we zijn vol leugenachtige woorden;
dàt stijgt er op uit ons hart;

het recht moet wijken,
gerechtigheid blijft op een afstand
de waarheid sneuvelt op het marktplein;
eerlijkheid komt er niet in;

waar waarheid regel zou moeten zijn,
daar wordt die node gemist,
en wie het kwade mijdt, die moet het ontgelden.

God zag het, en het was kwaad in z'n ogen
dat er nergens recht was;

hij zag het en stond versteld
dat er niemand was, dat niemand optrad
toen greep hij in,
zijn arm bracht de redding,
gesteund door zijn gerechtigheid;

ja, gerechtigheid werd toen zijn pantser,
bevrijding de helm op z'n hoofd
vergelding werd zijn kledij,
zijn inzet werd hem tot een mantel.
-

Geen opmerkingen: