22 november 2010

Jesaja 2,1-5 Zwaarden tot ploegscharen

-

Werkvertaling, uit het Hebreeuws

Jesaja 2

1 Het woord dat Jesaja, zoon van Amos,
schouwde over Juda en Jeruzalem.

2 Het zal zijn aan het einde der dagen:
vaststaan zal de berg van het huis van de Heer
op het hoofd van de bergen
en boven de heuvels verheven
en daarheen zullen stromen
alle de volken,

3 en gaan zullen de natiën, talrijk,
en zij zullen zeggen:
gaat, en: laten we opgaan
tot de berg van de Heer,
tot het huis van Jakobs God:
dat Hij ons onderrichten zal
aangaande zijn wegen,
en dat wij gaan op zijn paden
want uit Sion zal de Torah uitgaan
en het woord van de Heer uit Jeruzalem,

4 en hij richt tussen de volken
en doet recht aan de natiën, talrijk
dan slaan zij hun zwaarden stuk tot ploegen
en hun speren tot snoeimessen;
niet neemt een volk het zwaard meer op
tegen een volk,
de oorlog zullen zij niét meer leren.

5 Huis van Jakob
laten we gaan, ja gaan
in het licht van de Heer!
-

Geen opmerkingen: