-
Hoe wordt deze beruchte passage vertaald in NBV en HSV en andere vertalingen?
NBV 2004:
Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; 6 maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.
NBG 1951:
… die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
Statenvertaling 1637:
… die de misdaet der vaderen besoecke aen de kinderen aen het derde ende aen het vierde [lidt] der gener die mij haten; ende doe barmherticheijt aen duijsenden der gener die mij liefhebben ende mijne geboden onderhouden.
Statenvertaling (Jongbloed-editie)
… die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten; en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
Herziene Statenvertaling 2010:
... die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten, maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.
DE VERTALING
Het Hebreeuwse werkwoord pqd is een algemene semitische woordstam, die ook voorkomt in het akkadisch, ugaritisch, foenicisch en aramees.
Lisowsky:
monsteren, inspecteren, beoordelen, bestraffen, deponeren
Koehler/Baumgartner:
zorgen voor, zich bekommeren om, node missen, nazien, inspecteren, monsteren, ter verantwoording roepen, verhaal halen
LXX: apodidous – teruggeven, vergoeden, weer goed maken; rekenschap afleggen; uit handen geven; de belissing overlaten aan..
INHOUDELIJK
Die de ongerechtigheid der vaderen etc. –
De gevolgen van een verkeerde keuze raken niet alleen jouzèlf, maar ze werken ook door in de volgende generaties. Ook je kinderen krijgen met de gevolgen te maken. Maar het is voor die volgende geslachten geen onontkoombaar noodlot, zie Ezechiël 18: ieder is persóónlijk verantwoordelijk voor het eigen kwaad.
De straf/vergelding vindt plaats als óók de volgende generaties de verkeerde keuzes (afgodendienst) overnemen. Dat zijn 'zij die Mij haten'.
De barmhartigheid geldt al die duizenden generaties, die niét de verkeerde keuzes van hun vaders volgen, maar de geboden bewaren, om ze te doen.
Volgens R. Bachya wordt er van vier generaties gesproken, omdat vier generaties samen kunnen leven. De achterkleinkinderen kan dan eventueel nog verweten worden dat ze de misdaden van hun overgrootouders hebben nagevolgd.
Kern van de uitleg:
Je kunt niet zeggen dat als de vader een booswicht is en de kinderen rechtvaardig zijn, dat God dan de boosheid van de vader op hèn verhaalt; dat is niet in overeenstemming met de maat van het recht (tsedaqa).
En je kunt ook niet zeggen dat de vader zonder meer om zijn schuld wordt gestraft, want dat is niet in overeenstemming met de maat van erbarmen (rechamim). Wat is dan de maat van Gods erbarmen?
Dat is dat Hij de zaak van de vader vier generaties laat rusten; als één van de volgende drie generaties rechtvaardig blijkt te zijn, dan wordt de vader gered; als géén van hen rechtvaardig blijkt te zijn, dan wordt ieder gestraft voor zijn eigen daden (Midrasj Hasjkeem).
Dus: één rechtvaardige generatie kan het goedmaken voor de vorige generaties(s). Dan wil God vergeven omwille van die rechtvaardige(n); maar gaat iedere generatie door in hetzelfde spoor, dan is ieder verantwoordelijk voor wat hij zelf aan kwaad heeft gedaan.
Midrasj:
Dit lijkt op iemand die van een koning honderd pond leende en daarna ontkende dat hij ooit zo'n lening had gekregen. Toen kwam zijn zoon, en leende ook honderd pond van de koning en ontkende het later ook. Toen kwam ook zijn kleinzoon; die deed hetzelfde. Toen de vierde generatie kwam, zijn achterkleinzoon, kreeg die geen lening meer, vanwege wat zijn vaderen vóór hem hadden gedaan (Mechilta de R. Sjimon bar Jochai).
Die barmhartigheid doe aan duizenden: vgl. Ex. 34:7. het betekent: die in bewaring houd de deugd die de mens doet, teneinde loon daarvoor te schenken tot in duizenden geslachten (Rasji).
Het blijkt dus dat de maat voor het goede bij God vijfhonderd maal groter is dan de maat voor de straf, want de laatste reikt slechts tot vier geslachten, en de eerste tot duizenden (dus minstens tweeduizend) geslachten (Tos. Sotha 4).
-
7 december 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten