24 maart 2013

Palmpasen

Op verzoek van een aantal kerkgangers hierbij mijn preek voor Palmzondag.


Rozendaal                                  Palmzondag 24 maart 2013
Jesaja 50,4-7                                               Lucas 19,29-40

Gemeente van Jezus Christus,

Kent u dat verhaal van het ezeltje dat toevallig in een stal terecht kwam naast een schitterend paard? ……. Het ezeltje slaat verlegen zijn wimpers op naar het indrukwekkende paard en zegt: "Wat ben jij geweldig, glanzend en groot en sterk". Het paard antwoordt: "Zeg dat wel, op deze rug heeft dan ook de farao van Egypte al gereden, op deze rug bestormde Nebukadnezar Jeruzalem, op deze rug kwam, zag en overwon Julius Caesar  en trok Napoleon door Europa. In onze dagen zal ook de machtigste president deze rug verkiezen." Het is een poosje stil, want het ezeltje is diep onder de indruk. Hij eet wat hooi en gras. Maar dan durft-ie toch en zegt bescheiden: "Maar, als de messias komt, kiest hij misschien mij wel uit".  Zegt het paard: "ja; dat denken alle ezels".

Tja….  nu is alleen het lastige, dat Lucas het nergens over een ezel heeft. Wij associëren dat helemaal met het verhaal van de intocht. En zo is er nog véél meer waarvan we denken dat het er staat, maar het staat er niet. Zal ik u er nog een paar noemen? We denken dat de menigte langs de kant met palmtakken staat te zwaaien en Hosanna roept. Ook deze drie dingen staan er allemaal niét. Het zijn de leerlingen die er staan, en niet de massa. En over palmtakken of buxustakjes wordt niet gesproken. Alleen over hun kleren die ze op de weg leggen. En er wordt zelfs ook geen Hosanna geroepen, maar ‘gezegend Hij die komt in de naam van de Heer’ en: ‘Vrede in de hemel’, i.p.v. ‘op aarde’.

Nu is het net alsof ik u vanmorgen op het verkeerde been wil zetten. Helemaal niet! LUCAS doet dat, door heel andere dingen te zeggen en te schrijven dan we in ons geheugen hebben opgeslagen! Maar nu moet ik oppassen dat we door die manoeuvres van Lucas niet helemaal wegraken bij het Evangelie vandaan. Terug dus naar het verhaal.

De leerlingen zijn Jezus door het land heen gevolgd; hij komt nu vanuit het Zuiden, uit Jericho, en gaat òp naar Jeruzalem. In de buurt van de Olijfberg gekomen, laat hij bij bekenden een veulen ophalen, dat nog nooit door iemand is bereden. Ze zeggen het wachtwoord en mogen het lenen. Jezus klimt erop en de intocht begint. Jezus is een fitte jongeman van rond de dertig. Waarom lóópt hij niet Jeruzalem binnen? Hij heeft toch sandalen aan z’n voeten? Het zijn zijn leerlingen die hem op het veulen zetten, zegt Lucas. Net alsof het niet de keuze van Jezus zèlf was…. Want gaat hij nu niet verdacht veel lijken op die àndere koningen en rijksgroten, die te paard de hoofdstad binnenrijden?

Ook wordt hem eer betoond, door hem op je kleren te laten zitten en over je mantels te laten rijden – als een soort teken van onderwerping. Hoe alleen en hoe eenzaam zal Jezus zich hebben gevoeld, nu hij in DIE positie is gebracht…. Hebben zijn leerlingen eigenlijk wel iets van zijn missie begrepen? Ze juichen hem toe, ze bezingen de wonderdaden die hij heeft verricht, alsof hij God zèlf is – en alsof ze zich blind staren op de buitenkant, op wat zichtbaar en voor ogen is. Ze halen hem als een koning de stad in. Een stad, die bol staat van de  Romeinse bezetters, nu het grootste Joodse pelgrimsfeest – Pasen – op handen is. Als die èrgens beducht voor zijn, is het: rellen rond het Paasfeest, in Jeruzalem.

De Farizeeën onder zijn leerlingen vermanen hem, dat hij z’n leerlingen beter in de hand moet houden en hen moet berispen, want hier komt ellende van… En dan dat vreemde, heel vreemde antwoord: ‘Als zij zouden zwijgen, zouden de stenen gaan schreeuwen’. En daarna huilt hij, wéént hij over Jeruzalem, dat er niets van begrijpt.

Begrijpen wij het wèl? Wij zijn in de loop der eeuwen bedolven geraakt onder een hele berg theologie. We zijn helemaal getraind om te letten op de leer; niet op de vraag wat hij voor ons betekent. Hoe zouden wijzelf daar langs de kant staan? Wat zouden wij denken, voelen, roepen, uitschreeuwen? Het enige wat bij mij boven zou komen, is: ‘Heer, ontferm U over deze wereld’.  Want ik geloof niet dat het helemaal goed gaat met deze aarde…

In onze gebeden klampen wij God aan voor van alles, maar hij grijpt niet in. Hij heeft in Jezus’ gang naar het kruis niet ingegrepen, hij heeft in Auschwitz niet ingegrepen, hij grijpt in deze wereld niet in, ook niet bij een burgeroorlog zoals in Syrië…. Wat is dat voor een God? Nee: wat is dat voor een bééld van God, dat ons is aangeleerd? Wat denken wij eigenlijk? Wat geloven wij eigenlijk? Waartoe dienen onze gebeden?

‘Met elkaar geloven we’ (?) dat we in Jezus’ doen en laten Gods aangezicht hebben zien oplichten in deze wereld. Dat God aanwezig was in deze mens, de man van Nazareth. Zoals God ook nu nog door zijn geestkracht mensen aanstuurt, inspireert, bemoedigt. Vrouwen, mannen, jongeren, ouderen, kleinen, groten.

Ergens wéten we het wel, dat we God niet in het grote en geweldige moeten zoeken of vinden, maar in het kleine, weerloze, kwetsbare van deze wereld. Een totaal ander Godsbeeld. Juist dàt heeft Jezus ons geleerd, toch? Of, om het eens met de woorden van JB Charles te zeggen:

Hij alleen
zou met een grote sigaar in de mond
op straat mogen lopen,
met de duimen in zijn vest ‑
want Hij is God.
Maar … Hij doet het niet
want Hij is God......

De God van Jezus zit niet hoog ten troon als een wereldheerser. Hij laat zich niet zien als een God, die achter de schermen aan de touwtjes trekt – integendeel. Hij laat zich binden en boeien, geselen en bespuwen, afranselen en kruisigen. Natuurlijk kunnen we niks met zo’n Godsbeeld! Het IS helemaal geen beeld voor een Gòd. Het is de ultieme afbraak van èlk beeld wat een God moet voorstellen! Ja, het lijkt wel alsof God zèlf als een ezel wordt neergezet.

En zo hebben mensen dat in die dagen ook ervaren. Christenen die de gekruisigde aanbaden, werden uitgelachen, bespot en veracht. Een Romein heeft het geloof in de gekruisigde belachelijk gemaakt door een spotprent; hij beeldt een jongeman af (Alexamenos), die ‘zijn God’ aanbidt waarbij er een ezel aan het kruis hangt. Want dat ben je, als je je laat kruisigen terwijl je niet schuldig bent; en dat hij dan ook nog als ‘Redder’ of beeld van God wordt verkondigd? Stom! (zie de afbeelding uit een van de catacomben in Rome, rond 180 n. Chr.).

Afgelopen eeuw is er één theoloog geweest, die die vraag van het Godsbeeld heeft op gepakt. Dat was Bonhoeffer, de man van het verzet tegen Hitler, die dat met de dood door ophanging moest bekopen, vlak voor de bevrijding. Hij heeft die ergernis van deze kwetsbare God onder woorden gebracht toen hij leerde, dat die zogenaamde almachtige God zich uit deze wereld wegdringen laat, tot op het kruis. Geen triomfalisme dus, maar wel de ontmaskering van alles en iedereen, die zich als een God laat vereren.

Tenslotte iets heel moois. U weet wellicht, dat onze volksschrijver Gerard Reve in de 60-er jaren over God schreef als over een zachte, aaibare, muisgrijze ezel, die hij wilde nemen. Met een knipoog naar Reve en met een eindeloos diep respect voor Jezus schreef Huub Oosterhuis het volgende Liefdeslied:


Jezus, bonkige ezel,
uw poten ploegen het zand,
uw schonken zijn vet en vlezig,
ik rijd op u naar mijn land.

Ik was verdwaald in de bergen,
gij voert me naar huis terug,
ik maak mijn bed op uw rug,
ik heb genoeg van zwerven.

Gij redde mij het leven
toen ik gestorven was -
mijn hart is hooi en gras
meer kan ik u niet geven.

Amen

Huub Oosterhuis
Gebeden en Psalmen p. 60

19 maart 2013

Bezield verband


























Is er nog iets anders, iets meer mogelijk dan alleen sombere berichten over kerksluitingen? Natuurlijk; er is zoveel dat gedaan wordt door de honderdduizenden vrijwilligers die op ziekenbezoek gaan, die zich inzetten voor de armsten, die projecten in probleemgebieden steunen niet alleen met geld, maar ook met persoonlijke inzet. Mensen die gevangenen bezoeken, mensen die meehelpen bij de voedselbank, mensen die zich over asielzoekers en vluchtelingen ontfermen. Dat is kerk-zijn!

Bij welke club je hoort, speelt dan geen rol. Samen doen is gezonder dan samen praten. Dat laatste mag ook, moet ook, maar laat het niet voorop staan. Je gaat met elkaar het gesprek aan, omdat je je inzet voor mensen, voor het milieu, voor de samenleving. Niet de kerk is het doel, maar de toekomst van de wereld. Samen kun je meer.

Er is een nieuwe oecumene aan het ontstaan: niet vanuit het denken, maar vanuit het doen. En dan wil je ook samen kunnen vieren, kunnen zingen, brood en wijn kunnen delen. En dàt heeft de toekomst. Lees maar eens over het prachtige initiatief van Bezield Verband Utrecht (bij het schrijven was de website niet bereikbaar). De kern is dat we elkaar - vanuit verschillende kerken en tradities - prima kunnen verrijken en kunnen samenwerken. Dat geldt ook voor het gebruik van gebouwen, en wellicht ook in de zondagse vieringen. Er is een oude oecumenisch leus die zegt: iets apart doen terwijl je het ook samen kunt doen, is een zonde tegen de eenheid.

Veel katholieken en protestanten voelen zich verweesd: ze hebben geen thuis meer. Sommigen voelen zich zelfs verraden door hun eigen kerk of kerkleiding. Er is boosheid, verdriet, cynisme. Het is dus vruchtbaarder om hier kansen te zien, uitdagingen, nieuwe mogelijkheden!

3 maart 2013

Liefde wel, kennis niet



 In 'De wolk van niet weten' - een Engels mystiek geschrift van rond 1380 - las ik de volgende regel: 'Liefde kan omhoog reiken tot God, zelfs in dit leven; kennis kan dat niet'. Als ik dit lees moet ik aan twee dingen denken: een gesprek dat ik met iemand had, en ik moet denken aan Meister Eckehart. 

In dat gesprek kwam een klassieke vraag aan de orde die niet alleen aan theologen wordt gesteld, maar aan veel gelovigen. En die vraag was: "Wat is nou waar: schepping, of evolutie?" Zelf heb ik dan de neiging om me terug te trekken uit zo'n gesprek, omdat ik het zo'n irrelevante vraag vindt; maar dat is het voor die ander kennelijk niet. Wat ik dan naar voren breng is dit: er is één werkelijkheid, maar we bevinden ons soms in totaal verschillende taalvelden. Waar nog bij komt dat bv. natuurwetenschappers bijbelverhalen gaan lezen als een wetenschappelijke verhandeling, in plaats van als een literair werk.

Trouwens, over welk scheppingsverhaal heben ze het dan? Er zijn er twee: Genesis 1,1-2,4 met dat gedicht of lied over de zes scheppingsdagen en de zevende dag als geniet-dag. En Genesis 2,4-Genesis 5, met het verhaal over de mens die wil zijn als God en wil leven zonder zijn broeder. In het tweede verhaal is de schepping van de mens een totaal ander gebeuren dan in het eerste verhaal. In het tweede verhaal is alles leeg en kaal; de aarde is een omgeploegde akker, met klei. Niet veel meer. In het eerste verhaal is de boel al aangekleed, is de hele entourage eerst neergezet, voordat de mensen ten tonele verschijnen.

Maar goed: het gaat allemaal over deze onze werkelijkheid; en daar kun je (ook binnen de Bijbel) op heel verschillende manieren naar kijken. Ook met de ogen van een wetenschapper. Ook met de taal van een schrijver of dichter. Maar waarom zou je dat tegen elkaar uitspelen? Kennis brengt ons vaak verder, maar niet altijd. Er is ook de beleving van kunst, muziek, literatuur, schoonheid... Dat heeft niet met kennis te maken.

Vanaf de middeleeuwen kennen we de negatieve theologie. Die stelt dat onze taal niet toereikend is om God te beschrijven of te benoemen. Onze taal schiet tekort. Het enige wat we met de taal kunnen, is zeggen wat/wie God niét is. En dat kon ons wel eens verder helpen dan al die theologen en theologieën, die ons proberen bij te brengen wie of wat God wèl is, of zou moeten zijn om voor hen salonfähig te worden als een god. 

Gelukkig zijn er de mystici, die de omgekeerde weg bewandelen, de via negativa. Een citaat van Eckehart (1260-1328): De mens kan niet weten wat God is. Maar iets weet hij wel: wat God niét is. Wie van God weet dat Hij ongekend is, die kent God. Gij moet Hem beminnen zoals Hij is: geen god, geen geest, geen beeld en geen persoon.

15 februari 2013

Valentijnsdag


Valentijnsdag: 14 februari


Je ziet het overal in de winkels: rode harten, bloemen, kleine cadeautjes – om te geven aan iemand die je graag mag, of op wie je verliefd bent. Waar komt dat vandaan? En waarom heet die 14e februari Valentijnsdag?

In het oude Rome leefde rond het jaar 250 een priester; die heette Valentijn. Omdat de kerk wel bestond, maar toch nog verboden was, werden veel jonge christenen opgepakt door de Romeinen en gevangen gezet en gedood. Jonge mannen weigerden in militaire dienst te gaan.

Toen keizer Claudius II uitvond dat ongetrouwde soldaten beter waren dan die met vrouw en kinderen, besloot hij trouwen op jonge leeftijd te verbieden – precies de categorie waaruit hij soldaten recruteerde.

Valentijn voelde hoe onrechtvaardig dit besluit was en negeerde het bevel van de keizer en bleef in het geheim huwelijken sluiten tussen jonge geliefden. En als de jongemannen in de gevangenis kwamen, zocht Valentijn ze daar op en bracht vaak stiekem een briefje, een bloem of een klein cadeautje van hun geliefde mee. Toen zijn acties werden ontdekt, gaf Claudius bevel om Valentijn te doden. Valentijn werd nu zelf gevangen genomen, en enkele dagen later onthoofd. Dat was op 14 februari in het jaar 270 na Christus.

Het is gewoonte geworden om op Valentijnsdag een liefdesbriefje, een groet, een cadeautje of een bloemetje te geven aan iemand van wie je veel houdt, en die dat misschien nog niet eens weet! Doe het dus!

Gebed

O God,
help ons om,
zonder opvallend te doen,
mensen lief te hebben
en dat in eenvoud en stilte
te laten blijken,
van dag tot dag –
door Christus Jezus, onze Heer. Amen.

13 februari 2013

Vasten

Vasten

De veertigdagentijd wordt gekenmerkt door een vorm van vasten. Vasten heeft te maken met de relatie tussen ons en ons lichaam, ons lijf en God. In het klassieke boek van het joodse leven (‘De lichtgevende kandelaar’) wordt van het vasten ondermeer gezegd: ‘Vromen doen dat om een dreigend kwaad te keren, zoals je bij dreigende ziekte afweermiddelen te baat neemt. Of ze doen het, om een zondige gedachte of een vergrijp te verzoenen. Dwazen denken dan, dat vasten en andere zelfkastijdingen op zich goede daden en deugden zijn en dat je dan zo dichter bij God komt. Die hebben niet door, dat God het lichaam niet haat, en dat zulke handelingen ook schadelijk kunnen zijn. Dan werkt vasten net als een geneesmiddel in handen van een kwakzalver: schadelijk. Het gaat de Thora erom de mens te leiden overeenkomstig zijn natuur en z’n geneugten op een wijze manier te regelen en alleen de overdaad door vasten te reguleren. Rabbi Eleasar zegt daarvan (Berachoth 32b): "Vrijwillig vasten is iets groters dan het geven van aalmoezen; het eerste raakt je in je lijf, het tweede alleen in de portemonnee". 
 
Hoe geef je er vorm aan?

Het kan bestaan uit niet roken, geen alcohol gebruiken, geen extraatjes eten, geen of minder vlees eten. Let wel: stuk voor stuk verschijnselen die met onze luxe hebben te maken, en niet met de primaire levensbehoeften! Het zijn de extra’s die je tijdelijk opgeeft; daarmee nemen we dan even afstand van ons leven zoals dat past in het plaatje van Lucas 16:19. Want zó worden wij door de armen bekeken: als mensen die gekleed gaan in de mooiste kleding, en die elke dag schitterend feestvieren met meer dan brood alleen...

Vasten kan bestaan uit het achterwege laten van het ontbijt, of dat beperken tot brood alleen. Je kunt ook de hoofdmaaltijd weglaten, en dan de tijd gebruiken voor meditatie, bezinning en gebed - alleen of samen met anderen. Je kunt ook symbolisch een handje rijst eten - zoals de armsten dat soms nog hebben. Ook kun je besluiten om de vrijdag tot echte vastendag te maken, en de andere dagen (behalve uiteraard de zondag) zeer sober te leven.

Het is de tijd van voorbereiding, van verbondenheid met Jezus Christus op zijn lijdensweg; tevens een periode van bezinning op de eigen levensweg, en op de solidariteit met de armen. Het is een tijd van ingetogen leven, van verinnerlijking, van soberheid, van nuchterheid, van het opgeven van vanzelfsprekendheden.
 

7 februari 2013

Kunst




Op 5 februari was ik weer eens op de Hoge Veluwe en in museum Kröller-Müller. In het museum hing de leus: Vincent is back! De rijke Van Gogh-verzameling is weer tot hart van het museum gemaakt. 

En ik moet zeggen: het is prachtig en goed overwogen gedaan. Vooral de indeling vond ik geweldig, plus de nieuwe toelichtingen. 

In de 'zijzaaltjes' was een en ander ook veel beter geordend. Ik heb het nog nooit zo mooi beleefd, terwijl ik toch een behoorlijk trouwe bezoeker ben.

Het beeldenpark is ook in de winter een belevenis: de ruimte, de zichtlijnen, de sculpturen - echt een groot genoegen. En de rust, de stilte.

Sinds jaar en dag hangt bij de ingang een neon-kunstwerk, met als tekst: The true artist helps the world by revealing mystic truths. En zo is het maar net.


6 februari 2013

God heeft geen andere handen dan de onze


Deze tekst is sinds de zestiger jaren veel gebruikt; daarmee geven mensen aan dat er meer te doen is in de wereld dan wachten op een ingrijpen van God.

De woorden worden vaak toegeschreven aan Dorothee Sölle (1929-2003), maar ze zijn ook al te vinden bij Georges Bernanos (1888-1948). Ook wordt verwezen naar Theresia van Avila (16e eeuw) en zelfs naar bronnen in de 14e eeuw.

Zelf kende ik de tekst ook, maar kwam hem direkt tegen in de St. Ludgeri-Kirche in Münster. In een boog aan de westzijde hangt in de kerk een beeld van de gekruisigde Christus. Het werd in 1929 vervaardigd door de beeldhouwer Heinrich Bäumer. Bij een bombardement in 1944 werd het beschadigd. De kerkenraad besloot na de oorlog om het beeld in deze toestand terug te plaatsen - zonder de beide armen en handen, dus. Op de plek van de armen werd de tekst aangebracht: “Ich habe keine andere Hände als die eueren”, oftewel: Ik heb geen andere handen dan die van jullie... (zie de foto).

Bron: Wikipedia

Amsterdam


Zaterdagavond 2/2/2013 gingen we eten bij vrienden in een straat bij het Concertgebouw. We parkeerden onder het Olympisch Stadion, kregen tramtickets en stapten uit op het Museumplein, voor het Concertgebouw. Het was 18 uur. Er was volop verkeer, drommen mensen bewogen zich naar alle kanten. Amsterdam leeft! Het Concertgebouw was prachtig verlicht en vol leven; aan de andere kant het Stedelijk, met de badkuip die in het avondlicht mooi uitkomt; in de verte het Rijks. Amsterdam is een complete wereld op zich. Een Amsterdammer heeft geen andere stad erbij nodig. Alleen voor een stuk natuurbeleving zul je eruit moeten. Maar verder?

Elke keer springt mijn hart hoog op in mij, als ik in Amsterdam kom. Zelf woonden we in onze studietijd op de Oudezijdsachterburgwal (1971-77) - alleen onderbroken door twee jaar Roemenië. We kerkten in de Oude Kerk, en gingen soms naar de Amstelkerk (studentenecclesia) of naar de Dominicus. De Oude Kerk is voor mij het kloppend hart van de stad; een overweldigende ruimte, die voor van alles geschikt is en ook voor van alles gebruikt wordt. Een overdekt stukje stad, al vele honderden jaren. De mooiste foto's van de Oude Kerk vind je op deze Spaanse fotografie-site. Prachtig! Let wel op het copyright.

20 januari 2013

Walburgis















Vanmorgen naar een prachtige viering geweest in de Walburgis, in het centrum van Arnhem. het was een meditatieve viering rond teksten van Bonhoeffer. Er was ook een goeie inleiding over het leven van Bonhoeffer; die zal ik later hieronder nog plaatsen. De sfeer was er een van schoonheid en verstilling, in de oudste kerk van Arnhem - heerlijk!

Dietrich Bonhoeffer

Dietrich Bonhoeffer wordt geboren op 4 februari 1906. In 1912 wordt zijn vader, Karl Bonhoeffer professor in Berlijn en verhuist de familie naar Berlijn. Heel zijn leven is Dietrich een Berlijner en wereldburger gebleven. Hij groeit op in een hoogburgerlijk, humanistisch, intellectueel en laagkerkelijk (Luthers) milieu.

Dietrich studeert theologie. Tijdens een vakantie in Rome (1924) ontdekt hij tijdens de Goede Week de betekenis van de universele Kerk, van de liturgie en van de biecht. Sindsdien heeft de ‘kerk’ hem niet meer losgelaten.

Tijdens zijn vicariaat in Barcelona (1928) leert hij de katholieke kerk nader kennen. En tijdens zijn studieverblijf in New York ontdekt hij de sociale kant van de kerk. Ook doet hij ervaring op met het (christelijk) samenleven van en met studenten en docenten. In zijn schrijven Akt und Sein legt hij de grondslag voor zijn latere gedachte: Jezus, de mens voor anderen.

Terug in Berlijn wordt hij docent aan de universiteit en studentenpastor aan de technische hogeschool. Ook trekt hij zich het lot aan van verwaarloosde jongeren in Berlijn. Het samenleven en samen bidden met theologiestudenten en katecheisanten zet hij, tijdens vrije weekeinden, voort.

Vanaf 1931 is Bonhoeffer actief in de oecumenische beweging, samen met de Engelse bisschop Bell en de Nederlandse predikant Visser ’t Hooft. In 1934 volgen zijn beroemde woorden: Wie op een christen schiet, schiet op Christus!

Als in 1933 Hitler aan de macht komt  doorziet Dietrich vanaf het eerste begin dat Hitler een verleider is en komt meteen op voor de Joden. Het redden van Joden door deze over de Zwitserse grens te smokkelen is hem tenslotte fataal geworden. In 1934 /35 is hij pastor in Londen en ontfermt hij zich over Duitse vluchtelingen (met name Joden) en bezoekt Anglicaanse kloosters. In 1935 wordt hij leider van een predikantenseminarie en broederhuis. Daar ontstaan zijn verzetsboeken Navolging en Gemeenschapsleven . Het gaat hem om concrete navolging van Jezus Christus zoals dit klinkt in de Bergrede.

Wanneer ook de Bekennende Kirche het laat af weten om op te komen voor de Joden en om te ontsnappen aan de militaire dienst, sluit Bonhoeffer zich in 1940 aan bij het actieve verzet tegen Hitler. De groep die hij vormt wordt ook steeds meer zijn ‘kerkelijk thuis’. Voor Bonhoeffer wordt De Heer van de Kerk steeds meer ook de Heer van de wereld. Op 5 april 1943 wordt hij gevangen genomen.

In de Tegel-gevangenis in Berlijn schrijft Dietrich Bonhoeffer zijn (later beroemd geworden) brieven aan zijn vriend Eberhard Bethge (Verzet en overgave).  In zijn ‘theologische brieven’ denkt hij na over Christus als Heer van de wereld en over de toekomst van de Kerk: De Kerk is pas kerk als zij er is voor anderen. Op uitdrukkelijk bevel van Hitler, wordt hij, na een nachtelijk schijnproces, op 9 april 1945 geëxecuteerd. Het is Hitler echter niet gelukt om Dietrich Bonhoeffer aan de vergetelheid prijs te geven.

Bonhoeffergenootschappen over de hele wereld bestuderen het gedachtengoed van Dietrich en dragen dit uit.



14 januari 2013

Lekker bezig


Als pensionado was ik gisteren volop in de weer:

- 's morgens Avondmaalsdienst in Rozendaal
- daarna door naar de Hongaarse club van Arnhem e.o.
- bij thuiskomst even een borrel en een lunch en een powernap
- vanaf 14 uur 2 kg spruitjes schoonmaken en 3 kg aardappels schillen, stel winterwortels schrapen en raspen, knolselderij ontmantelen en raspen
- ondertussen EK Allround kijken
- om 16 uur voor 13 mensen koken in het inloophuis
- om 17 uur daar eten; het was heerlijk. De wortelsalade werd aanbeden...
- om 19 uur in de Oude Jan: avonddienst bijwonen ivm Dick Kapteyn 60 jaar kerkmusicus
- om 20:30 zingen bij het smartlappenkoor (repetitie)

Zo, ben ik tenminste van de straat....